IJzergordijn Perscommentaar

De titel van dit nieuwe stuk van theatermaker Benjamin Van Tourhout associeer je natuurlijk direct met de grens tussen het vroegere Oosten en Westen. Het Oosten was dé grote gevangenis, het Westen was dé vrijheid. En om te beletten dat mensen uit die grote gevangenis zouden ontsnappen was er het ijzeren gordijn. En soms probeerden mensen gaten te maken om te vluchten naar het westen. En soms lukte dat. En zo gaat dat ook met de twee personages uit het toneelstuk in het klein.
Na de grote productie Verder met een grote spelersgroep laat Benjamin Van Tourhout weer zien dat hij ook in het 'klein' puik werk kan maken. Zoals Nunc al een paar jaar geleden bewees met Het geslacht Borgia in het groot en Zwerfkei in het klein.

De man en de vrouw uit IJzergordijn werken als cipiers in de gevangenis. Beiden zijn dus op hun werkplek de vrije mensen, maar buiten hun werk geraken beide gevangen in hun eigen relatie, in hun eigen leven. Beiden proberen eraan te ontsnappen, maar raken verstrikt in een zelf gehaakt web van gedachten, uitspraken en handelingen.

De man en de vrouw hebben elkaar ontmoet op hun werk in de gevangenis. In flashbacks wordt over hun treffen verteld, en over de groei van hun ontmoeting. De man en de vrouw hebben geen namen. Hij is de Man in de gang en zij is de Vrouw in het bad. Hij vraagt haar ten huwelijk. Het vrijgezellenfeestje op het werk loopt uit de hand in een cel. Hij schaamt zich rot, voelt zich slecht en schuldig, wil het tegen zijn vrouw zeggen, maar dat lukt niet. Hij durft niet. Liefde moet tastbare bewijzen hebben, zo houdt hij zichzelf voor, angst en jaloezie worden door argumenten vervangen, gevoelens worden weggeredeneerd.

Stukje voor stukje krijgt de toeschouwer steeds meer info. Zoals we dat van Benjamin van Tourhout gewoon zijn. Deze keer niet in gekapte en gebeitelde zinnen zoals in Zwerfkei. De zinnen lopen soepeler, maar het gehak tussen de twee personages blijft. Tegelijkertijd zeggen ze wat de een doet, wat ze zelf doen, en vooral wat ze denken, en niet durven te zeggen. Dat alles rolt niet kabbelend, maar als een branding, over elkaar, de ene keer hard, de andere keer zacht. Ze lezen niet manifest elkaars gedachten, maar reageren latent op gedachte woorden van de ander. Die mooie tekststructuur breidt zich over het hele stuk uit, in de personages zelf, in het spel, in de enscenering.

Dries Vanhegen en Katelijne Verbeke zetten sober en ingetogen hun personages op de scène, en als ze dan eens uithalen, dan gaat het door merg en been. Hij staat wat achter op de scène, trekt met zijn been, zij ligt vooraan in een rood beschenen bad. Het bad is de plek voor de vrouw om zich terug te trekken, om zich te reinigen. Baden als een zuiveringsritueel, een ritueel dat de man ontbeert. Twee opdienkarretjes zijn gedrapeerd met een tafellaken. Daarop staan wat servies en glazen. Die verdwijnen in emmers, het laken wordt weggetrokken. Versieringen verdwijnen, een naakte waarheid rest, wankelt. Pregnant.

Theatermaggezien.net - Tuur Devens