Fragment Raisonnez

En ik kaptige

In die ogen

En die ogen keken naar mij

Gelijk of ze gingen mij opeten

En ik kniptige

In die tonge

Dat ze zweeg

Maar ‘k zat er naast

En al bloed en al op mijn vest

En ik kijken naar dat bloed

Geruïneerd, mijn veste,

Gij lelijke hoere

Die tonge in twee gelijke een slange

Keek ze naar mij die tonge

‘k stak er mijn slang bij

dat ze zweeg

en ze zweeg

dat broerke gepakt

met zijn krulhaar in een hoek gesmeten

en geblet

geblet

hij en ik

van dat hij niet zweeg

en gij zwijgen

en ik sneed al in zijn vingers

‘k haalde er al dat gekapt uit en

‘k zette dat lege vel op mijn vingers

wie heeft er al nekeer gegeten met de vingers van een ander

en ik kustige dat buikske

vol strepen van de slagen van de riem van ikzelf

en ik kustige de riem en ’t geslachte kindje

niemand dat mij tegenhield

en ik schoptige tegen die knietjes

en krak, dat schijfke

merg uitgezogen met een stukske riet

moeten braken achteraf

donker van binnen en van buiten

dat is er allemaal gebeurd

niet veel minder maar alleszins niet meer

en zwijgt mij van die keer met die familie

achter dat ze blind waren gestekt

achter dat ze doof waren getierd

achter dat ze lam waren gestampt

achter dat ze

ewel ja, ze waren dood

en awel ja het is van mij geweest

ik heb er mij opgezet

en met mijn handen

aangetrokken tot ik dat longske vasthad

en ja, ze heeft zij dat dan opgevreten

en ja, ik ook een beetje

en wat dan

als ik honger heb

weet gij wie ik ben

ik heb u gered

ik ben uw redder

god, god, laat mij u redden

god red mij uit de klauwen

van

red mij uit de klauwen

red mij