Fragment Je suis une Etoile

Maria: Gedaan met spelen?

          Knip en de portemonnee is open,

          Pikken, pakken, koteren,

          En knip, hij is weer toe.

          ’t Is al in de sjakosj.

          Maar in wie zijn sjaksosj?

          A in de sjakosj van…

Elvira: In de sjakosj van de familie.

Emma: In de familiesjakosj.

Maria: Maar dat gaat niet.

          Dat bestaat niet.

          De familiesjakosj.

          Een sjakosj,

          Dat is van enen,

          Dat is mijn sjakosj.

          Of haar sjakosj.

          Of uw sjakosj.

Elvira: Wij zijn één sjakosj.

Maria: Wij zijn geen sjakosj.

Elvira: Wij zijn samen sjakosj.

Maria: Ik zou nooit in een sjakosj,

          Met u willen zitten.

Emma: E, e,e, e.

           Sjakoske toe.

           Zose, opgelost.

           Alleman heeft ne prijs gewonnen.

Elvira: Moet ik het af doen?

Maria: Ja.

Elvira: Moet ik in mijn bloot gat,

          Tot aan Mijnheer Callewaert?

Maria: Dan zijt ge toch subiet gekleed en gereed,

          Voor de grote werken.

Emma: Moogt een beetje beginnen zwijgen.

Elvira: Emma, weet gij nu of dat ik het mag aan doen of niet?

Emma: Ik weet van niets niemeer.

Elvira: Vraagt het nekeer, allé toe.

Emma: Maria, mag zij uw bal soiree kleed aandoen?

           Is het A: een jaatje, B: een neetje?

           Of C:Voor nekeer?

Maria: Ge moogt.

          C: Voor ene keer.

          ’t Moet hier toch altijd van dezelfde kant komen.

Emma: Dat is nu schoon van u.

Maria: Maar ge kunt zien dat er niets aan is.

          Eén plekske en …

Emma: Hebt ge het gehoord? Ge moogt.

           Elvira, wat zegt ge dan?

Maria: …Ik doe hier een goed werk: Ik kleed u.

Elvira: Merci, Maria.

Emma: Maria?

Maria: …’t Is niets.

Emma: Zeer goed.

           Allé, ons Elvira, is al gereed.

           Nu nog ons Maria.

           Hoe is het met onze stem vandaag?

Maria: Ge moet nu niet van mijn stem beginnen.

          ’t Is mijn coiffure dat niet juist is.

Emma: Ma, ik krijg dat niet plat.

           Elvira, hoe krijgde dat plat?

           Haar?

Maria: Gij hebt mijn coiffure geruïneerd.

          Herdoen!

Emma: Gerui… .

           Geruïneerd.

Maria: Hebde berouw?

Emma: ‘k Heb berouw.

Maria: Wat zijt gij waard?

Emma: Ik ben niets waard.

Maria: Welk gewicht legt gij in ’t schaalke?

Emma: Ik weeg niets in ’t licht van ’t schaalke.

Maria: Hoe hoog komt ge op ’t ladderke der mensen?

Emma: Met moeite op d’eerste tree van ’t trapke.

Maria: Voila.

          En nu ga’k een beetje zwijgen.

          ‘k Zou mij kunnen vermoeien.

          En dat is niet goed voor mijn stem.