Fragment Het Geslacht Borgia I

Rodrigo:

                  Cesare! Ge moet groeten, zeg ik u, lijk de rest van den hoop

Cesare:

                  Groet uw goesting ik doe niet mee

Rodrigo:

                  Hier! Cesare:                 

                  Wat is’t? Nog een plan om mij te klooten?

Rodrigo:

                  Zit stil, zwijgt en luistert naar god

In rome brandt het

Niet ergens in veld met een zwaard

Rodrigo:

Hier moet ge zijn,

Klappen, konkelfoezen in de gang

Lachen en zalven

Cesare:

Ik kan dat niet

Rodrigo:

Ge gaat moeten kunnen

Cesare:

                  Ik wil dat niet! Ik wil het leger!

Rodrigo:

Als Joffre het leger heeft is iedereen op zijn gemak

Geeneen gaat hem stellen

Want elkeen peist hetzelfde als u

Zo’n slappe zak

Te tam om te slaan

Cesare:

                  Ge gaat er spijt van krijgen, ik zweer het u.

Rodrigo:

En toch ziek hem zo zo zo graag

Cesare:

Wat verwacht ge van mij?

Rodrigo:

Dat ge leert dat ge kijkt

Hoe ge schaduw wordt

Ik ga niet eeuwig leven

Ik ben niet echt god é

Cesare:

Maar we moeten toch vechten om vooruit te komen

Dat hebt ge mij altijd geleerd

Rodrigo:

Soms vecht ge beter met wachten en klappen

Dan met slaan en roepen

Cesare:

Dat is niet mijn natuur

Rodrigo:

Het moet hem worden

Hier worden regels gemaakt

Hier worden mensen gekraakt

Cesare:

En wat ik krijg ik terug voor dees schaamtelijke vertoning

Cesare Borgia, paster

Rodrigo:

Onder uw kleed van paster zit nog altijd gij

Zet u desnoods in burger als ge nekeer wilt voyageren

Zo heb ik het ook gedaan, vroeger

Cesare:

’t is niet alleen ’t voyageren dat telt

Rodrigo:

Elke bespreking zult ge bijwonen

Elke beslissing gaat langs u

Gij gaat mij worden

Cesare:

Ik wil meer

Rodrigo:

Wat?

Cesare:

Lucrezia

Rodrigo:

Hoe Lucrezia?

Cesare:

Lucrezia

Rodrigo:

Lucrezia?

Cesare:

Lucrezia

Rodrigo:

Lucrezia? Voor waarom?

Cesare:

Kunt ge de gedachte verdragen dat een ander

Vuil buitenlands bloed

Er mee op reis gaat

Rodrigo:

Dat is een lastig gedacht ja

Cesare:

Doet dan ‘t mijne

En ik doe ‘t uwe

Rodrigo:

Ge leert rap bij

Cesare:

Laat ze trouwen, ja.

Laat ze ja zeggen, ja.

Maar laat ze onbevlekt blijven

Beloof mij dat?

Rodrigo:

Lucrezia kan ons land geven

Cesare:

Niet haar lijf, beloofd?

Rodrigo:

Cesare, “de vriendschap die ge voelt voor Lucrezia moet ge niet overdrijven, beteugelen.”

Cesare:

Gij wilt toch ook niet dat ze gestoken wordt?

Cesare:

                  Kunt gij het beeld verdragen van een ongewassen wolf op haar schoon borsten?

Rodrigo:

                  ’t Is hier godverdoeme wel ’t Vaticaan é.

Cesare:

                  Moet ge daar niet van Braken?

Rodrigo:                 

Een beetje.

Cesare:

Zodus, ik blijf en Lucrezia blijft

Zonder bepotelingen?

Zonder aanraking?

Zonder zijne vuile Sforza-zak in haar nek?

Rodrigo:

Dien slag hebt ge binnen

En ik… eigenlijk ook ik kontent

Cesare, we gaan grootste dingen doen

Gij en ik

Maar we moeten ons kalm houden in ’t begin

Laat Joffre maar rondrijden met de paardjes

Wij gaan kijken, briefkes schrijven

Cesare:

Wij gaan kijken, briefkes schrijven

En dan als de tijd daar is

Dan…

Rodrigo:

Dan!