Fragment Evariste

Ik wacht tot het licht uitgaat

… het is uit

Nu kan ik mij herinneren en toekomsten

Ik slaap met veertig stinkende rovers in een hol

Dat de priester slaapzaal noemt

We slapen in rijen

We staan op in rijen

Eten in rijen

Leren in rijen

Ik hoor gefriemel uit het bed naast mij

Ritmisch gefrutsel

Schuren van lakens tegen elkaar

Diepe zuchten aan de overkant

Ik steek papier in mijn oren

Stilte

Zo goed als

Ik speel met mezelf

Ik ontleed zo snel mogelijk een bewijs

Gooi er twee door elkaar

En breng een nieuw samen

Ik zucht even luid als de jongens naast mij

Maar anders

Ze verdienen niets

Zij vieren carnaval zonder vasten

Laffe feesten zijn dat

Dat gefluister, beschrijven van lichaamsdelen

Mompelen in de slaap

Ik zwijg in stilte

Ik weet, het is makkelijk je over te geven aan de vrouw

Dat bewijst niets meer en niets minder dan mensheid te zijn

Mijn doel is meer dan mens zijn

Mijn doel is ideaal zijn

Ik vermoord de machinaties van mijn lijf

Ik bevlek niet

Ik ben zuiver

Onderscheid me van anderen

Klaar voor het heldendom

En niemand die het weet

Zelfgekozen eenzaamheid is even erg

Ik ben kuis

Ik ben wiskundig

Ik ben kuis

Een niet herleidbare vergelijking van de eerste graad kan algebraïsch worden opgelost, als de wortels rationele functies van haar twee willekeurige wortels zijn;

dit is een noodzakelijke en adequate voorwaarde.

Ik ben niet wie ik ben, wil zijn

Ik ben een ander

Wie?

Daarover droom ik

Wie ik zou kunnen zijn

Waar zijn de voorbeelden om mij te spiegelen?

Ja meester

Weer geen interesse?

Jawel meester

Wat ligt uw boek van geschiedenis hier dan op uw tafel te doen?

Maar meester

Het is godsdienst nu, geen geschiedenis

Excuseer meester

Vijf bladzijden, Galois

Ma meester

Tien bladzijden, Galois

Meester

Vijftien bladzijden

Ma

Twintig bladzijden

Én het schoolreglement én te biechte

Ma

Dertig!!!!

Ik zwijg

Al die straf maakt dat ik niet kan werken aan de vijfdegraad

Ik schrijf straf op voorhand

In de lege uren

Zo heb ik voorsprong op die domme leraars met hun godje

Ik haat god

Ik haat school

Ik moet blijven zitten

Nog een jaar langer in deze gevangenis

Ik mag mijn tijd niet meer steken in kwaad zijn

Maar het is zo moeilijk

Ik ben vijftien en acht maanden

Elke dag tergend

Slopend, doodnerveus

Hierbinnen als een klooster

En daarbuiten de wereld

Leven

Men verzamelt zich, merk ik

De opstand komt, hoor ik

Tegen koning, tegen kerk en ik zit hier

Werkwoorden te vervoegen

Genesis, Exodus te lezen

En buiten gaan mensen dood voor ons geluk

Ik sluit mezelf in mezelf op

Anderen uit

Om te denken

Teveel volgens velen